JAMAAR JAMI - Het land dat alles regelt, behalve vooruitgang
Het is weer: de eerste zondag van de maand. Tijd voor aflevering 3 alweer van onze columnist Ehsan Jami
Nederland is een land geworden waarin het proces belangrijker is geworden dan vooruitgang. Een natie die ooit de zee terugdrong, krijgt nauwelijks een woonwijk gebouwd zonder eerst jarenlang te praten over stikstof, draagvlak, parkeerdruk en, inderdaad, vleermuizen. De Afsluitdijk zouden we vandaag vermoedelijk niet meer aanleggen. Er zou eerst een bestuurlijke verkenning worden opgetuigd naar een breed gedragen waterkerend perspectief.
Wij zijn het land van de regietafel, de taskforce en de conferentie met deelsessies. Als een probleem te groot wordt, nemen we geen besluit, maar beginnen we een programma of commissie. Werkt dat niet, dan volgt interbestuurlijk overleg. Levert dat weinig op, dan volgt een evaluatie. En levert ook die geen conclusie op, spreken we van een lerende aanpak. Dat klinkt stukken beter dan: we durven niet.
Er is woningnood, maar bouwen blijkt ingewikkeld. Er is netcongestie, maar aansluiten is ingewikkeld. Er is asielcrisis, maar grenzen sluiten is ingewikkeld. We hebben schijnbaar een stikstofcrisis en besluiten nemen is, u raadt het al, eveneens ingewikkeld. Ouderen verdwalen in formulieren, ondernemers lopen vast in vergunningen en jongeren wonen noodgedwongen tot ver na hun dertigste bij hun ouders. Gelukkig beschikken we over steeds betere dashboards waarop we de neerwaartse ontwikkeling nauwkeurig kunnen volgen.
De Nederlandse overheid is een machine geworden die uitstekend kan uitleggen waarom iets niet lukt. Vraag een willekeurige bestuurder waarom een project stilstaat en er volgt een sonate van verantwoordingspoëzie: een complex speelveld, bestuurlijke sensitiviteit en een groot aantal stakeholders. Het klinkt intelligent, en vaak is het dat ook. Juist daarin schuilt het gevaar: stilstand heeft in Nederland een academisch vocabulaire gekregen.
JAMAAR JAMI - Trump bombardeerde Iran en capituleerde in Versailles
Slow read Sunday
Noot van de redactie: zoals vorige maand al aangekondigd schrijft Ehsan Jami iedere eerste zondag van de maand een genuanceerd doch doorwrocht stuk, bij gebrek aan beter (al was Jami de Pahmi een uitstekende suggestie, de inzender kan een mailtje naar win@geenstijl.nl sturen om een GS merch pakket te ontvangen) hebben wij JAMAAR JAMI als titel voor deze rubriek gekozen. Enfin, kom er maar in Ehsan.
Ik begrijp waarom het ongemakkelijk klinkt: het islamitische regime in Iran heeft de oorlog tegen de Verenigde Staten en Israël overtuigend gewonnen. Niet omdat Teheran meer vliegtuigen bezit, betere inlichtingendiensten heeft of minder schade heeft geleden. Op al die terreinen was het militair de mindere. Maar oorlog is geen wedstrijd in het produceren van indrukwekkende satellietbeelden. Een oorlog wordt gewonnen door politieke doelen te bereiken en de tegenstander te dwingen zijn doelen op te geven. Precies daar ligt de overwinning van Teheran.
Laat ik eerst een onderscheid maken dat in veel analyses gemakzuchtig verdwijnt. Niet Iran heeft gewonnen. De Iraanse bevolking, die opnieuw bombardementen, economische ontwrichting, repressie en verlies moest verdragen, heeft weinig reden voor een overwinningsparade. Het regime heeft gewonnen. Dat regime is niet hetzelfde als een eeuwenoude beschaving en evenmin als de miljoenen Iraniërs die ervan af willen. Juist omdat ik dat onderscheid serieus neem, kan ik zonder romantiek vaststellen wie strategisch als winnaar uit deze oorlog komt.
Washington en Jeruzalem begonnen met grootse doelen. Het nucleaire programma moest worden uitgeschakeld, de politieke leiding onthoofd, het regime tot overgave gedwongen en de regionale macht van Teheran gebroken. Donald Trump sprak zelfs over onvoorwaardelijke overgave. De militaire overmacht was zichtbaar: Iraanse luchtverdediging werd gepenetreerd, commandanten werden gedood en nucleaire en militaire locaties zwaar beschadigd. Alleen volgde uit die tactische superioriteit geen strategische onderwerping.
De ayatollahs bleven overeind, vervingen hun leiders, radicaliseerden hun bestuurlijke kern en kwamen met meer onderhandelingsmacht aan tafel dan vóór de oorlog. Chatham House concludeert dan ook dat de Verenigde Staten en Israël hun militaire superioriteit niet konden omzetten in regimewisseling of politieke capitulatie.
